|
|
|
verslag:
Maarten Rood |
|
|
|
1ste etappe:
Saint-Quentin-en-Yvelines - Mortagne-
au-Perchem, 140km |
|
|
|
Maandag 20 augustus
22.10 uur.
Als het startschot zo klinkt wil ik als eerste weg. Ook al zijn er al
een paar duizend voor me gestart, ik wil even een keer op kop hebben
gereden tijdens PBP. Een wens die al enkele maanden bij me opgekomen
is. Als het publiek heeft afgeteld en de starter het startschot heeft
gelost, zet ik druk op de pedalen en ga als eerste door de bocht.
Onder belangstelling van vele toeschouwers rijden de nacht in. Het
begint te regenen. De eerste kilometer rijd ik vlak achter de motoren
en volgauto die de eerste 15 kilometer deze groep begeleiden. De
kruisingen worden vrijgehouden ook al is er nauwelijks verkeer op de
weg. Naast me rijdt een Amerikaan die zich blijft
verwonderen over het lage tempo dat we mogen rijden. We rijden strak
25 km/uur. Als ik zijn gezeur zat ben laat ik me afzakken naar de
vierde rij en peddel lekker in het peloton mee. Wanneer de eerste
wielrenners
er vandoor gaan, blijf ik rustig
doorrijden en zoek een beschutte plek op in het eerste peloton. Parijs
is nog ver. |
 |
 |
|
De regen houdt
onophoudelijk aan. In de bermen staan al vele fietsers met lekke
banden. Met kleine lampjes moet het banden verwisseld worden. De
renners die een lampje op hun hoofd dragen hebben nu een voordeel,
anderen hebben meer creativiteit nodig. Het parcours wordt
heuvelachtig. Buiten de dorpen is nauwelijks straatverlichting. Het
zicht van de fietslampjes is beperkt. In het donker is een schitterend
lint van rode lampen die over de heuvels gaan. Na een uur
halen we de voor ons gestarte groep bij.
In de verschillende
dorpen staat, ondanks dat het nacht is, enthousiast publiek te
applaudisseren. Zo ook een accordeonist die het publiek om zich heen
doet dansen. De wielrenners kunnen het waarderen. De heuvels in dit gebied
liggen lekker. Niet stijl, maar veelal licht omhoog lopend waarna deze
weer licht naar beneden gaan. Na 80 kilometer stap ik van de fiets om
te plassen. Om nog enige variatie in het fietsen te krijgen rijd ik
daarna in een hoog tempo naar de Nederlander waarmee ik daarvoor
gesproken heb. Binnen een paar kilometer rijd ik weer naast mijn
landgenoot. De benen voelen goed. Ik jump daarna in het wiel van een
snelle wielrenner die me voorbij komt om verder te rijden naar het einde
van de eerste etappe. |
|
|
|
|
 |
 |
 |