|
Tegen mijn
verwachting in zijn de eerste kilometers van deze etappe lastig. Door
de vele korte, venijnige heuvels wordt ik steeds uit m'n ritme
gehaald. Nog erger is de zadelpijn die pijnlijker wordt. Regelmatig
moet ik m'n groep laten gaan om daarna het gat weer dicht te rijden.
Om me heen hebben meerdere wielrenners last van allerlei ongemakken.
Veelal gaat het om zadelpijn.
De dag heeft weer
plaats gemaakt voor de nacht. Nu ik zo een paar dagen op de fiets zit
heb ik deze omwisseling van het licht een paar keer bewust meegemaakt.
Het opkomen van het licht. Het gebeurt elke dag, het is prachtig en ik
kan er van genieten. De verlichting gaat weer aan en zoals
gewoonlijk zoeken de wielrenners elkaar weer op. Ik kom in een groep van
acht wielrenners. We dwalen meer om elkaar heen dan dat we als groep
rijden. Het is onmogelijk om drie dagen lang geconcentreerd op de
fiets te zitten. Met meer afstand onderling is er meer ruimte om
eventueel uit te wijken als het moet. Na een lange klim van 25
kilometer volgt een vals platte afdaling van ongeveer 45 kilometer. In
het eerste stuk van de afdaling neem ik kop om deze voor een 20
kilometer niet meer af te staan. Achter me wordt in een vaste volgorde
gereden. Strak tempo, geen gepraat op de fiets. Regelmatig moet ik
uit het zadel om de zadelpijn te verlichten, de benen te strekken om
daarna weer in een stijl van een tijdrijder door te rijden. Het is zo donker dat
er slechts een zicht is van een paar meter. Ik heb geen idee in wat
voor landschap ik fiets. Ik heb nauwelijks nog gevoel van tijd of
snelheid. Mijn gedachten zijn nagenoeg leeg, ik denk alleen nog maar
aan het trappen van de pedalen in een eentonige frequentie. Af en toe
bevestigen de routepijlen in de berm dat we op het parcours rijden. 20
kilometer voor Dreux moet ik de groep voorbij laten gaan. De pijn is
te groot om in dit tempo verder te fietsen. Allerlei vreemde standjes
neem ik aan om de pijn maar weg te kunnen krijgen. Voor me gaan de
rode lampen verder van me weg. In een langzaam tempo rijd ik
door totdat ik op een kruising kom waar ik geen pijl kan ontdekken. Ik
wacht op een aantal wielrenners waarvan ik de lampjes dichter bij zie
komen en betere verlichting hebben. Het zijn een paar Fransen en wat
Engelstaligen. Na overleg gaan we rechtdoor. Niet veel later wordt de
lucht verlicht door de Dreux. De controle is in een grote sporthal.
Vrijdag 24 augustus
00.20 uur, Dreux, 1158km
Alie en Hans hebben
een perfecte plaats voor hun camper vlak voor de ingang. Hun
speurtocht naar de sporthal was een avontuur op zich. Met dwalen, de
verkeerde richting in rijden en rondjes rijden, maar gelukkig ook met
hulp van een vriendelijke Fransman hebben zij het checkpoint net op
tijd weten te bereiken. Hans filmt nog wat voor de reportage en Alie
verzorgt me weer fantastisch met drank en eten. Op een coca cola en een
stuk stokbrood ga ik de laatste etappe naar de finish rijden. Of ik
nog wil slapen, vraagt Alie. Het enige wat ik nu nog wil is PBP
volbrengen. Ik heb er zin in. |