|
Loudéac heb ik vooraf
als minimaal doel gesteld voor de eerste dag. Deze stad in Bretagne
ligt op 450 kilometer van het parcours. Op grond van de vele verhalen
die ik het afgelopen jaar gehoord en gelezen heb, zullen in deze stad
de meeste wielrenners hun eerste slaapplaats nemen. Het liefst rijd ik
door naar Carhaix, de daaropvolgende controle na 526 kilometer.
Daarmee is dan een mooie basis gelegd voor de dagen die nog volgen.
Als alles mee zit, is Brest zelfs nog een mogelijkheid.
Maar op weg naar
Loudéac breekt de slaap me op. Regelmatig moet ik de pedalen
stilhouden om mezelf wakker te houden. Conditioneel voelt het nog goed. De
hele dag heb ik goed gegeten en gedronken, op tijd rust genomen en
degelijk doorgereden in een tempo dat lang vol te houden is. De etappe
duurt voor mijn gevoel erg lang. Ik tel de kilometers af en maak voor
mezelf een lijstje met wat ik straks in de camper wil eten. Daar zal
zeker spaghetti en coca cola bij zijn. Ik hoop op een heropleving waardoor
het slapen nog uitgesteld kan worden tot Carhaix.
De groep waarin ik de
tweede helft van de etappe rijd groeit. We rijden in een gestaag tempo
de kilometers weg. De vertegenwoordiging in deze groep is divers.
Amerikanen, Fransen, Spanjaarden, Italianen, Japanners en een
Nederlander doen hun kopwerk in de groep. Afzien blijkt universeel te
zijn.
Bij het binnenrijden
van Loudéac gaat de zon weg en begint de avond. Hans staat op een vluchtheuvel te
filmen. Ali is in de buurt. Bij het checkpoint liggen wielrenners op de
grond, slapend op de grond verwikkeld in een deken of warmtefolie.
Sommigen zien er aangeslagen uit. Sporters kunnen snel herstellen. Ik
vrees voor de wielrenners die hier over enkele uren aankomen, voor de slag
van Bretagne.
Dinsdag 21 augustus
19.05 uur, Loudéac, 450 km
Na de controle rijd
ik een kilometer terug waar ik Alie en Hans heb zien staan. Hun camper
staat tegen het parcours aan. Vanuit de stoelen kunnen zij PBP op de
eerste rang volgen. “Je ziet er moe uit”, krijg ik als eerste te
horen. |