|
|
|
verslag:
Maarten Rood |
|
|
|
6de
etappe: Loudéac – Carhaix, 75km |
|
|
|
In een groepje van
vijf renners rijden we over de pittige heuvels waar enkele keren
serieus geklommen moet worden. Bij elkaar maken we met onze lampen een
grote bundel licht wat het ons gemakkelijker maakt om de weg te kunnen
zien. In dit stuk van Frankrijk is er in het stille buitengebied geen
straatverlichting. Tijdens de afdalingen rijd ik vol concentratie naar
beneden met de witte streep op de weg als referentiepunt. Ik probeer
er tegen aan te rijden, aan de rechterkant van de streep. Als er
uitgeweken moeten worden kan dat zowel links als rechts. Als er iemand
voor me rijdt, is zijn rode achterlicht de ideaal te volgen lijn. We
praten niet, iedereen is volledig bezig met zijn afdaling. Af en toe
laat ik het tempo zakken, zodat we bij elkaar blijven. Mocht iemand in
de problemen raken dan is deze niet alleen. |
 |
 |
|
Na de zware uren van
de vorige etappe is dit fantastisch. De benen voelen enorm
goed. Slechts drie uur geslapen maar ik voel me zo fris als tijdens
mijn woensdagavondtrainingen. Na 40 kilometer staat een seiner op
straat met een vlag te zwaaien. Aan het marktplein in Corlay is een
geheime controle. Enkele wielrenners hebben de kans genomen om op deze
plaats te slapen, anderen hebben een kroeg opgezocht die vanwege PBP
open is gebleven. Enkele minuten later rijd ik weer verder. Ik wil
vandaag zo ver mogelijk komen. Als de wind vanaf Brest in de rug komt,
moet ik 400 tot 450 kilometer ver kunnen komen. Alles wat vandaag
nog gereden kan worden, hoeft morgen niet. Eigenlijk is het heel
eenvoudig. In een rustig tempo bereik ik Carhaix.
Woensdag 22 augustus
4.08 uur, Carhaix, 526 km
Op het checkpoint
stuur ik een sms naar Alie en Hans:
Carhaix, 4.15 alles
ok |
|
|
|
|
 |
 |
 |