|
Vanaf het checkpoint
volg ik de routebordjes de stad uit. Na een lange afdaling over een
donkere weg volgt een rotonde waar geen routebordje meer staat. Ik rij
een stuk terug maar kan geen bordje ontdekken. Ook na een paar ronden
over de rotonde blijkt dat het parcours niet over deze weg loopt. Ik
moet terug naar waar ik voor het laatst op het parcours heb gezeten.
Dat was net na het vertrek uit Carhaix. Door de verschillende rondes
die ik over de rotonde heb gereden weet ik niet meer waar ik vandaan
kwam. Verdwaald. Alles is donker en er staan geen borden of andere
tekens waar ik me aan vast kan houden. Ik rij een richting in die me
het meest doet lijken op de weg die ik daarvoor gereden heb. Na
twintig minuten houd ik stil. Dit was niet de goede kant. Ik moet naar
Brest, naar het westen. M’n GPS geeft aan dat de weg waarop ik nu ben
van noord naar zuid gaat. Er is een smalle weg naar het westen. Ik
probeer de smalle weg die stijl de berg naar een
zandpad leidt. Een andere smalle weg kent enige asfaltstukken. Deze
gaat stijl naar beneden en komt uiteindelijk bij de grote noord-zuid
weg. Dan maar terug richting het zuiden tot aan de rotonde. Ik neem
een andere richting en zie na enkele kilometers in de verte een
verlichte stad. Dat moet Carhaix zijn.
In de stad kan ik het
parcours weer op. Het foutje heeft me anderhalf uur gekost. Volledig
mijn fout, de borden zijn overal duidelijk aangegeven. Misschien ben
ik achter een paar wielrenners aangereden die naar een locale slaapplaats
zijn gereden. Hoe het ook is gekomen. Ik ben blij dat ik verder kan.
Na 20 kilometer begint de lange goed lopende beklimming naar Roc
Trevezel, het hoogst gelegen punt van PBP. In de laatste kilometers
naar de top komen er renners die al op hun terugweg zijn ons tegemoet.
Het landschap is hier anders dan wat ik vanaf Parijs hebben gezien.
Het lijkt het meest op een begroeit duinlandschap. Omdat dit gebied
open is, is de wind hard op de kop. In de afdaling trap ik mee om nog
een beetje vaart te houden.
Als de voorsteden van
Brest bereikt wordt, gaat voor het eerst de zon schijnen. Het liefst
wil ik mijn lange broek en jack uitdoen maar heb geen ruimte meer in
de rugzak. Aan het parcours wordt het druk met publiek. “Bon courage”,
“Bon voyage” wordt ons toegeroepen. Ook in Brest wordt er lustig
ge-high-fived. De laatste kilometers rijd ik met een Rus en een
Duitser. We rijden in een hoog tempo over de prachtige futuristische
brug met uitzicht over de Atlantische oceaan. Enkele kilometers verder
is het checkpoint. Ik wil Alie en Hans sms-en dat ik aangekomen ben,
maar krijg eerst een bericht van Nathalie.
… volgens mij ben je
bijna in Brest. Hoera op de helft. Als je in dit tempo doorgaat heb je
een mooie tijd. Misschien toch nog langer slapen? Hier alles
ok …. .
en sms haar terug:
… ben nu in Brest.
Eindelijk is er zon en … de wind in de rug. … .
Bij het checkpoint
doe ik mijn ogen dicht. Ik val in slaap. Als ik wakker wordt zoek ik
verschrikt naar een klok. Gelukkig, maar één uur geslapen. Ik pak mijn
fiets, blij om met de wind in de rug te gaan fietsen. |